BINDWEEFSELMASSAGE
Bindweefsel is het belangrijkste weefsel in ons lichaam die alles samen bindt. Het zit o.a. in huid, vetweefsel, spieren, pezen, gewrichtskapsel, gewrichtsbanden, bloedvaten, zenuwbanen (dus ook ruggemerg en hersenen), bot en niet te vergeten organen.
Bindweefselmassage is ontwikkeld in het begin van de vorige eeuw. Het verhaal gaat dat mw. Dicke in 1929 problemen in haar rechterbeen had, waarbij zelfs amputatie werd overwogen. Zij probeerde door massage-streken in haar been en onderrug de pijn te verminderen. Hierbij bemerkte zij een snijdend gevoel, maar ook weer prikkelingen en warmte in haar been. Binnen enkele maanden waren haar klachten vrijwel verdwenen. Deze technieken zijn toen verder onderzocht en beschreven. Het is ook in het lesprogramma van de fysiotherapie-opleidingen terecht gekomen, en wordt momenteel veelvuldig door ons toegepast.
Bindweefselmassage is een reflexzône-therapie. Door een prikkel met de hand of vingers in het bindweefsel of op de huid te geven treedt er een neurogene reactie op via de kleine zenuwbaantjes in dit bindweefsel. Deze reactie heeft invloed op alle delen van het lichaam die bij hetzelfde segment horen, en dus uit hetzelfde deel zijn ontstaan vanaf de bevruchting. Delen die tot hetzelfde segment horen zijn o.a. een stuk huid, spier, pees, gewricht, ruggemerg en orgaan. Zo hoort (grof gezegd) het hart bij de linkerschouder, arm tot aan de pink aan toe, en ook tot aan de kaak toe. Op deze manier kunnen stoornissen van een orgaan zijn weerslag hebben op een stuk huid, enz. wat tot hetzelfde segment behoort. Omgekeerd kun je via een ander deel van hetzelfde segment het orgaan beïnvloeden mits er nog geen morfologische veranderingen zijn opgetreden, dus zolang het orgaanweefsel nog niet veranderd is. Deze neurologische reactie vindt plaats via het vegetatieve zenuwstelsel. Dit is het deel van ons zenuwstelsel wat onbewust werkt, en de basis voorwaarden voor leven in stand houden: ademen, het kloppen van het hart, het verteren en opnemen van voedingsstoffen enz. Dit zenuwstelsel komt uit ons ruggemerg en loopt vervolgens naar alle delen van hetzelfde segment. Het bestaat uit een stimulerend deel (orthosympaticus) en een sederend deel (parasympaticus). Een stoornis komt door een te hoge activiteit van de orthosympaticus, of een te lage activiteit van de parasympaticus. Of omgekeerd. Je kunt de stoornis dan proberen te beïnvloeden door het ene deel te stimuleren, of het andere deel te sederen. Hiervoor zijn uiteraard verschillende technieken. De belangrijkste zijn:
Gewebswäsche is een methode waarbij het onderhuids bindweefsel (het "spek" in de volksmond) wordt gerold door het met twee handen vast te pakken en een rolbeweging te maken. Het wordt ook wel massage van het bindweefsel genoemd. Het is met name geschikt om de spanning in het bindweefsel te normaliseren; om de stofwisseling in het bindweefsel te stimuleren en natuurlijk de neurale werking. Ook kan het gebruikt worden als inleiding of afsluiting van de diepe technieken. Het kan een snijdend gevoel geven, maar dit is niet noodzakelijk.
Huidtechnieken zijn oppervlakkige technieken. Zij worden eigenlijk ook als diagnose middel gebruikt. Het vindt plaats in het v erschuivingsgebied tussen de opperhuid en de onderhuid. Bij kinderen (voor de puberteit) kan alleen de huidtechniek gebruikt worden omdat de onderliggende bindweefsellagen nog te vast aan elkaar zitten. Er wordt weing kracht gebruikt met de middelste drie vingers. De patiënt voelt meestal alleen een glad strijkend gevoel.
Diepe technieken bestaan uit twee soorten technieken: de onderhuidtechniek tussen het onderhuids bindweefsel en de lichaamsfascie, waarbij een snijdend gevoel optreedt als de streek goed wordt uitgevoerd, en de fascie techniek die de fascie rekt van de spierranden. Deze laatste techniek is vrij kort en direct scherp; dit noemen we "aanhaken".